Vyāsa

Volgens de Hindoe-traditie zou de grote wijze Vyāsa de Veda’s hebben ondergebracht in de vier boeken, die hij Ṛg-, Yajur-, Sama– en Atharvaveda noemde. Hij zou geleefd hebben tijdens de veldslag van Kuruksetra (de veldslag die vereeuwigd werd in de Bhagavadgītā, ca. 1424 v.C.).

Het opschrijven van de teksten zal evenwel een veel langere tijd in beslag hebben genomen dan één mensenleven, en men gaat er daarom nu meestal vanuit dat de veda’s hun schriftelijke neerslag hebben gekregen in de periode 1500 – 1200 v.C. In orale vorm zouden ze veel ouder zijn en teruggaan tot 3000 v.C. of misschien zelfs tot 6500 v.C.  Geschreven commentaren op de veda’s zijn bekend vanaf 500 v.C.

Met de vedische geschriften worden echter niet alleen de bovengenoemde vier veda’s (in engere zin) bedoeld. Het gaat in feite om een grote groep teksten van verschillende aard die de wetenschap bij uitnemendheid zouden bevatten. Ze zijn de grondslag van het religieus-wijsgerig denken van de Indiërs.

een bladzijde van de Ṛgveda (The British Library)

De Ṛgveda is de oudste tekst en is vrijwel zeker ontstaan in het bovengebied van de Indus. De overige drie veda’s (in engere zin) situeert men in het bekken van de Ganges en de Jumna. De brāhmaṇa’s worden nog meer oostelijk gesitueerd en sommige sūtra’s lijken zelfs uit het zuiden te komen. De taal van de vedische teksten is dan ook verschillend: van het oude vedische Sanskriet van de Ṛgveda tot het veel jongere klassieke Sanskriet van de sūtra’s.

De veda’s bevatten de waarheid over de ziel, het heelal en de uiteindelijke werkelijkheid. Het is een geschenk van de natuur waarin zij haar wetmatigheden in het scheppingsproces prijs geeft. Deze waarheid wordt gehoord/geschouwd door de ṛṣi’s, de zieners. Zij ervaren in hun stilte door uiterst verfijnde perceptie de impulsen van de eeuwige kennis. Die kennis bestrijkt naast ‘filosofie’ ook o.m. wiskunde, astrologie, stedebouw en landbouw.

De veda’s worden gerekend tot de śruti-literatuur (śru = luisteren, horen; śruti = dat wat gehoord is). Alleen de veda’s en de 108 upaniṣads (evenals de daaruit afkomstige mantra’s) zijn śruti, de rest is smṛti (smṛ = zich herinneren; smṛti = dat wat men zich herinnert, de traditie).

De śruti-teksten worden niet gelezen, maar gereciteerd, gezongen. Er is een sterke vorm-klank-relatie in het Sanskriet en als men de teksten op de juiste wijze zingt, gaat er een grote kracht van uit. Deze kracht heeft een magische uitwerking op de ziel, zodat de kennis opnieuw levend wordt. Daarom komen ook alle mantra’s uit de śruti-literatuur.

Hindoes zien dus niet alleen de tekst maar ook de klank als heilig. Omdat de veda’s heilige lettergrepen bevatten waaruit goden en mensen geboren zijn, denkt men dat ze er eerder waren dan het universum, dat immers zelf is ontstaan uit de heilige lettergreep Om.

De Hindoes geven de veda’s nog altijd van generatie op generatie door. Letterlijk. Er mag niets aan veranderd worden. Moderne brahmaanse achternamen als Trivedi (3e veda) en Chaturvedi (4e veda) wijzen op een vroegere priesterrol.

Het vedisch ritueel heeft als belangrijkste kenmerk het offer, vaak van voedsel, maar soms van een dier. Dit kan privé zijn of openbaar. Het vuur is het belangrijkste instrument. De opdracht voor een offer wordt gegeven door iemand die de goden gunstig wil stemmen. Hij betaalt de hele plechtigheid. Er zijn geen tempels, dus overal kan een altaar worden opgericht en dan kan het offeren daar plaats vinden. Voor de uitvoering van het offer zijn vier priesters vereist:

  1. de hotri (hotṛ), die de Goden aanroept met hymnen uit de Ṛgveda;
  2. de adhvaryu (adhvaryu), die de offerandes aanbiedt en eventueel de dieren doodt en in het vuur offert en daarbij rituele formules uit de Yajurveda prevelt;
  3. de udgatri (udgātṛ), die de offerhandelingen met gezangen uit de Samaveda begeleidt;
  4. de brahmaan (brahman), de opperpriester die stilzwijgend toezicht houdt op het voltrekken van het offer.

In de grote groep vedische teksten kun je de volgende onderverdeling maken:

A. De heilige teksten die betrekking hebben op de offerhandelingen en de esoterische teksten, gericht op de spirituele ontwikkeling van het Zelf: 1. De saṁhitā’s (of de vier veda’s); 2. De brāhmaṇa’s; 3. De araṇyaka’s; en 4. De upaniṣaden (deel uitmakend van een groep teksten rond een van de Veda’s, maar soms ook bij een andere groep teksten behorend, zoals bijv. de Sannyāsa-upaniṣads, de Śiva-upaniṣads en de Viṣṇu-upaniṣads).

B. De heilige wetenschappelijke teksten: 1. De vedānga’s, teksten over zes wetenschappelijke disciplines, speciaal bedoeld om de veda’s beter te begrijpen in hun uitwerking in het dagelijkse leven: grammatica, fonetiek, metrum, etymologie, rituelen en astrologie. 2. De upaveda’s, teksten over vier kunsten en wetenschappen, die niet direct een uitwerking zijn van de veda’s: dans en muziek, architectuur, krijgskunst en geneeskunde (āyurveda).

C. Overige teksten, die door velen ook als ‘de eeuwige waarheid bevattend’ worden beschouwd: 1. de pūraṇa’s; en 2. de sūtra’s.

Zie voor de saṁhitā’s de sectie Veda’s.

Een voorbeeld van een tekst uit de brāhmaṇa’s is te vinden in het verhaal “Manu en de vis”, een zondvloedverhaal. Om een indruk te krijgen van het vedische proza geef ik van deze tekst zowel het Sanskriet als de Nederlandse vertaling.

De araṇyaka’s zijn de woud-teksten. Zij zijn als het ware aanhangsels van de brāhmaṇa’s. Iedere rituele tekst heeft zijn eigen araṇyaka. Ze zijn bedoeld voor de oudere mannen die zich in het woud hebben teruggetrokken. Het zijn esoterische traktaten, met veel symboliek en magische formules, die aanzetten tot meditatie o.m. over de functie van de rituelen. De offerhandeling staat wel centraal, maar omdat de asceticus in het woud niet de beschikking heeft over de ingrediënten die voor een offer nodig zijn, kan hij op een symbolische wijze offeren. Deze teksten geven aan hoe hij dat kan doen. Daarnaast bevatten de araṇyaka’s ook andere meditatie-onderwerpen, bijvoorbeeld over de oorsprong van het universum en over de levensadem.

Zie voor de upaniṣaden de sectie Upanishaden.

Zie voor de vedānga’s en de upaveda’s de tekst hieronder, die je kunt downloaden.

Zie voor de pūraṇa’s en de sūtra’s de tekst hieronder, die je eveneens kunt downloaden.