Het IJslands is een Noord-Germaanse taal die uitsluitend gesproken wordt in IJsland. Het aantal sprekers bedraagt circa 320.000. De taal is verwant met de andere Noord-Germaanse talen zoals het Noors, Deens en Zweeds, maar daarnaast ook met de West-Germaanse talen zoals het Engels, Nederlands en Fries.

De taal heeft zich ontwikkeld uit het Oudnoors, de taal die de kolonisten (9e eeuw) in hun vaderland (Noorwegen) hadden gesproken. In de loop der eeuwen is de taal weinig veranderd, zowel wat de grammatica als de woordenschat betreft. Alle zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, lidwoorden en voornaamwoorden kennen nog vier naamvallen. Ook kent de taal nog zwakke en sterke verbuigingen.

Het IJslands wordt met het Latijnse alfabet geschreven, maar het heeft een aantal extra tekens: á, ð, é, í, ó, ú, ý, þ, æ, ö. Daarentegen worden de letters c, q, w en z niet gebruikt, behalve voor woorden van buitenlandse herkomst. De volgorde van de letters van het alfabet is:

a, á, b, (c,) d, ð, e, é, f, g, h, i. í, j, k, l, m, n, o, ó, p, (q,) r, s, t, u, ú, v, (w,) x, y, ý, (z,) þ, æ, ö.

In de IJslandse woordenboeken wordt deze volgorde aangehouden. Omdat er geen Woordenboek IJslands-Nederlands bestaat, heb ik op deze site een redelijk uitgebreide lijst van IJslandse woorden geplaatst (circa 500 blz.). Ook in deze woordenlijst wordt de volgorde van het IJslandse alfabet aangehouden.

Het land is trots op zijn taal en wil deze conserveren, zodat de oude IJslandse literatuur (de Edda en de Saga´s bijvoorbeeld) ook voor hedendaagse lezers toegankelijk blijft. De IJslandse regering heeft daartoe in 1964 een commissie in het leven geroepen (Íslensk málnefnd) die toeziet op de zuiverheid van de taal. De commissie geeft spellinglijsten uit en bedenkt alternatieven voor vreemde woorden. In principe worden geen woorden uit andere talen overgenomen. Zelfs het woord voor computer, dat in de meeste westgermaanse talen uit het Engels is overgenomen is vervangen door een eigen woord: tölva. En email is dan natuurlijk: tölvupostur.

En als men wel een woord heeft overgenomen – vaak al voordat de taalcommissie bestond  – en meestal omdat het verwijst naar een begrip dat IJsland niet kent, dan wordt dat ´leenwoord´ toch ondergebracht in het inheemse naamvalsysteem. Het woord tígur (tijger) bijvoorbeeld wordt als een gewone ur-stam verbogen: enkelvoud: tígur, tígur, tígri, tigurs; meervoud: tígrar, tígra, tígrum, tígra.

Ik geef in de woordenlijst bij ieder zelfstandig naamwoord en voornaamwoord de buigingsvormen: nominatief, accusatief, datief en genitief enkelvoud; en nom., acc., dat. en gen. meervoud. Van de werkwoorden geef ik enkele vormen uit de vervoeging. Hieronder enkele voorbeelden.

Mochten de afkortingen tussen haakjes niet vertrouwd zijn, dan is er een lijst waarin deze toegelicht worden.

bók (sf3)boek-, -, -, bókar;   bækur, bækur, bókum, boka
orð (sn)woord-, -, -i, -s;   -, -, -um, -a
lesa (sv) (+ acc.)lezenles, lest, les, lesum; las, lásum; lesið
læra (wv2)studerenlæri, lærir; lærði; lært
bóluefni (sn)vaccin-i, -i, -i,is;   i, -i, -um, -a
faraldur (sm1)epidemie-ur, -ur, -ri, -urs; -rar, -ra, -öldrum, -ra