De Bhagavadgītā is een beroemd India’s leerdicht dat waarschijnlijk dateert van de eerste eeuw v.C. Het heeft sinds zijn verschijnen een grote invloed gehad op het godsdienstig denken van de mensen, zowel in India als daarbuiten. Het Lied van de Heer, zoals het in vertaling luidt, wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van de wereldliteratuur en is dan ook in talloze talen vertaald.

Dit lied dat een gesprek weergeeft tussen Kṛṣṇa en Arjuna, is ingevoegd in de Mahābhārata, het grote verhaal over de strijd tussen twee takken van de Bhārata-dynastie, de Kaurava’s en de Pāṇḍava’s. Vlak voor de grote strijd losbarst, vraagt Arjuna, een van de vijf Pāṇḍava’s, aan zijn wagenmenner Kṛṣṇa (die een incarnatie zou zijn van god Viṣṇu) wat voor hem de juiste wijze van handelen is: aanvallen (en daarmee vele van zijn familieleden doden) of zich terugtrekken uit de strijd. Deze vraag is de aanleiding tot Kṛṣṇa’s onderricht aan Arjuna.

De Mahābhārata, een epos van circa 200.000 versregels, heeft een lange ontstaansgeschiedenis gekend. De strijd die erin beschreven wordt, situeert men rond 800 v.C. Aanvankelijk zal het verslag van deze veldslag mondeling zijn overgeleverd. Rond de 5e/4e eeuw v.C. is deze kern van het latere epos op schrift gesteld. Gedurende een periode van 800 jaar (van circa 400 v.C. tot 400 n.C.) heeft dit epische gedicht zich ontwikkeld van een verhaal over een stammenstrijd tot een enorm epos, waar allerlei andere verhalen, parabels, leerdichten, politieke beschouwingen etc. ingevlochten zijn, waaronder dus de Bhagavadgītā.

De Bhagavadgītā telt achttien hoofdstukken. Het is waarschijnlijk niet toevallig dat het gedicht net zoveel hoofdstukken telt als de Mahābhārata boeken heeft!